No
english version available
Aangezien ik bij
het zoeken op het internet eigenlijk niets Nederlandstalig tegenkwam over
Hemmoor Kreidesee, heb ik besloten om zelf maar iets in het Nederlands te
zetten. Dat dit een enorme klus is kan iedereen die mij kent beamen, aangezien
mijn kennis van de Duitse taal bijzonder beperkt is. Bij deze dus dank aan de
uitvinder van woordenboeken. In navolging van allerlei Duitstalige pagina’s
wil ik hier de geschiedenis van het meer vertellen, het een en ander of de de
duikstekken in het meer en de nodige informatie over reglementen en
overnachtingen.
|
De Kreidesee (krijtmeer) is geen natuurlijk water. Zoals de naam al zegt heeft het zijn ontstaan te danken aan de cementindustrie, welke krijt won in Hemmoor. De start vond plaats in 1859, toen er eigenlijk nog naar bruinkool gezocht werd. Hieraan dankt Hemmoor zijn industriële ontwikkeling als een der weinige plaatsen in het Elbe-Weser gebied. In 1862 begint in Hemmoor de afgraving van krijt en in 1866 werd de eerste kleine cementindustrie opgericht. Reeds in 1885 heeft zij de productie van de “Portland Cementfabrik Hemmoor Aktiengesellschaft” tot 300.000 vaten verhoogd en het Portland cement telde in de nationale en internationale handel mee. In die tijd vonden ook andere belangrijke veranderingen voor de regio plaats. De huidige B73 werd aangelegd en in 1881 de rijksweg Hamburg-Cuxhaven. Door de cementfabriek werd de oosthaven aangelegd, “Schwarzenhütten”. In de daarop volgende jaren werden enkele eigen scheepsvloten aangeschaft, die wel tot 18 schepen omhelsde. Eén van deze schuiten staat tegenwoordig voor de ingang van het meer en is het onderkomen van het cementmuseum van de stad. In de steeds dieper wordende groeve moesten 2 pompen gebouwd worden om het grondwater naar het oosten te verplaatsen. De werkdag zag er in 1902 zo uit: in 24 uur moesten 3000 loren van een halve kubieke meter met een schep gevuld worden en op 6 scheve vlakken met de hand omhoog naar de fabriek gebracht worden. Het uurloon was 23 pfennig, een werkdag telde 12 uur. In 1905 werkten er 2000 mensen in de fabriek. Daaronder waren vele “Fremdarbeiter” uit Polen, Galicië, Tsjechië en Roemenië. Hemmoor werd internationaal. Desondanks was er een arbeiderstekort.

Door het inzetten
van nieuwe technieken steeg de productie tot meer dan 1 miljoen vaten. Tegelijk
echter begon de afname van de arbeidsplaatsen. Door de beide
wereldoorlogen en de daartussen liggende wetenschapscrisis liep de vraag naar
krijt en de productie sterk terug. De bezettingsgraad daalde en de massale
werkloosheid sloeg ook in Hemmoor toe. Deze situatie bereikte in 1922 een
hoogtepunt met een staking die 2 maanden duurde.
In de tijd van
1940 tot 1945 kon het bedrijf alleen blijven draaien met dwangarbeiders en
krijgsgevangenen. Door het kolentekort werd het bedrijf vaak stilgelegd. In 1945
werd het bedrijf door de Britse militaire regering gesloten, maar in 1947 werd
het weer in gebruik genomen. Het tekort aan kolen begon te verminderen. Door
aankoop van Britse kool kon de productie weer omhoog. Het energiegebruik bedroeg
bijvoorbeeld ongeveer 11.000 ton kolen en 22 miljoen KwH stroom. Vanaf de 50er
jaren leeft het Hemmoorcement nog een keer op in het spoor van de reparateur
Europas. “Portland Hemmoor Cement” werd een multinationaal concern met
projecten in meerdere landen.

In 1961 werden de
buitenlandse aandelen weer verkocht. Het kantoorgebouw en laboratorium werden
gebouwd. Het is het enige gebouw van de voormalige fabriek dat vandaag de dag
nog op het terrein staat. In 1967 verkoopt de Duitse bank haar aandeel van 25%
in “Portland Hemmoor” aan de "Alsensche Portland Cement Fabrik
KG". Het werk in Hemmoor werd zelf een speelbal van grotere concerns en
verliest in 1971 haar zelfstandigheid. Het gewin moet aan de “Alsen”
toegeschreven worden. In dit jaar bereikt het werk zijn hoogste cement afzet van
779.00 ton. Aangezien reeds lang van kolen op olie overgeschakeld was als
energiebron, wordt het bedrijf zwaar geraakt door de oliecrisis in 1974 en de
daaraan verbonden prijsstijging van olie. De winst loopt hard achteruit. Het
moederbedrijf wenst niet te investeren in een modernisering of verandering van
het productieproces om de kosten te drukken. Twee van de grootste boren worden
stil gelegd. De ondergang van “Hemmoor Cement” begint. In 1976 wordt de
sluiting van de krijtgroep ingesteld, de pompen blijven stilstaan en de groeve
vult zich langzaam met water.
Hemmoor betrekt
de grondstoffen per vrachtwagen uit Lägerdorf/Schleswig Holstein en
functioneert nog slechts als maalbedrijf. In 1980 begint de verkoop van het
fabrieksterrein. De laatste droogoven werd al 3 jaar eerder gesloten. De twee
grote schoorstenen op het fabrieksterrein, het kenmerk van Hemmoor voor meer dan
100 jaar, roken niet meer. Tot aan het naargeestige einde van de fabriek
verdient de Alsen Breitenbrug meer dan 30 miljoen DM. Op 31 december 1983 werd het bedrijf voorgoed gesloten en 121
jaar industrie geschiedenis van Hemmoor werd beëindigd.
Ondertussen heeft
de groeve zich gevuld en de eerste duiken om het water te verkennen begonnen.
Tussen mei 1985 en mei 1986 werd de fabriek kompleet afgebroken en als een soort
verzekering voor de bondsstaat in het water gedumpt. (Het huidige, verboden ruïnegebied)
Het heeft nog 10
jaar geduurd voor de krijtgroeve ook ambtelijk het krijtmeer “der Kreidesee”
kon worden. Begin 1997 werd het Raumordnungsverfahren
zur Feststellung des Gewässers afgesloten. Daarin verwierf de toenmalige
pachter, HGF, het hele terrein en begon midden 1997 met het creëren van een
vrijetijdsgebied. Als eerste werd er een sanitairgebouw, een camping en een
weekendhuis gemaakt. De opening was met Pasen 1998.


Kreidesee Hemmoor
is onder duikers wellicht het bekendste Duitse binnenwater. Dit krijtmeer is
uniek in Noord-Duitsland met ongeveer 60 meter diepte en een oppervlakte van
ongeveer 40 hectare. Daarbij is over het algemeen het water heel helder. De
manier waarop het meer ontstaan is heeft bijgedragen tot de bijzondere
oeverstructuur. Het meer biedt mogelijkheden voor alle duikers: beginnelingen en
gevorderden. Via een klein zandstrand of gewoon doorlopen over de weg zijn
enkele methodes om te water te gaan. Onder water loopt de weg gewoon door, er
zijn steile wanden tot 45 meter diepte, een verdronken bos, gebouwen en andere
overblijfselen van de fabriek op 30 meter diepte en diverse afgezonken objecten,
zoals 2 personenwagens en een caravan. Rond het meer vindt men 5 stekken.
Stek 1 de straat

Stek 1 ligt
direct naast het VIST-wachtstation en omhelst de straat die als overblijfsel van
de dagbouw het meer ingaat. Deze straat voert in vrijwel rechte lijn naar de
vergruizer (Rüttler) op zo’n 30 meter diepte. Ook verder door is deze straat
nog behoorlijk te herkennen. Maar dat is eigenlijk een andere stek. Rechts naast
de straat ligt een klein bos. Ook van op het land duidelijk te herkennen om dat
een gedeelte van de kronen van de bomen nog boven water uitsteken en zo een
goede plaats aan de aalscholvers bieden. Links naast de straat bevindt zich een
steile wand die tot ongeveer 45 meter diepte doorgaat. Aan de voet ligt een
“betonbom”.
Van stek 1 zwemt
men langs stek 2 en de aparte stek 3. Het is mogelijk om vanaf stek 1 (of 2) de
Rüttler te bekijken, maar de afstand van stek 1 naar de Rüttler op 35 meter is
zo’n 500 meter. Dan moet er nog genoeg lucht over zijn om de Rüttler te
verkennen en verantwoordelijke decostops te maken. Zinvoller is het daarom om
het andersom te doen, van stek 3 de Rüttler verkennen en dan langzaam terug
naar stek 1. Een zeer mooie duik is te maken door de straat tot zo’n 12 meter
diepte te volgen en dan rechtsaf het bos in. In het begin is de straat nog heel
duidelijk herkenbaar met alle stenen keurig gelegd. Vanaf ongeveer 7 meter
diepte wordt het minder tot vrijwel onherkenbaar. Op ongeveer 8 meter ligt een
Volkswagen Polo op de weg. Deze is gebruikt in filmopnames voor een Duitse serie
in het voorjaar van 1997 en daar achter gebleven. Wanneer men rechts door het
bos zwemt komt men op 12 meter diepte rommel en schroot tegen. Als men van
daaraf omhoog gaat komt men in een sprookjesachtige omgeving, met bomen, planten
en scholen vis. Tevens een enorme verzameling klein spul, zoals mosselen.
De betombom wordt door een grote rode boei gemarkeerd en is daardoor
makkelijk te vinden. Het beste kan men van stek 1 vertrekken, langs het kleine
rode boeitje dat het einde van het zandstrand markeert en dan de grote boei op
het kompas zetten. Dan langs de steile wand naar beneden tot 45 meter diepte. Op
de terugweg gaat men dan met een lichte boog omhoog. Pas wel op de wand in
oostelijke richting te volgen aangezien de westelijke richting naar het
visgebied en verboden gebied gaat. Bij het bereiken van de rand van de steile
wand kan men over de straat het bos in. Natuurlijk kan er ook naar de boei
gezwommen worden en dan met een lijn afdalen. Om via de kleine zandbank te gaan
is niet aan te bevelen aangezien dan het opdwarrelende vuil het zicht bij stek 1
zal belemmeren.

Via stek 2 komt
men via het bos direct op de straat. De stek ligt langs de weg omhoog die naar
de Rüttler voert. Stek 2 biedt dezelfde mogelijkheden als stek 1. Bos, straat
en de steile wand. Maar vanaf hier is het makkelijker om naar de Rüttler te
gaan met nog een tweede betonbom op 23 meter. Deze betonstort is te vinden door
de straat aan de linkerkant te volgen richting de Rüttler. Deze bevindt zich
tussen de straat en de steile wand. Het is ook mogelijk om vanaf de kant een
kompas te zetten op de grote gele boei. Van hieruit kan men verder naar de Rüttler,
waarbij het meest verstandige is om over de straat te gaan op ongeveer 20 meter
diepte. Dat is een afstand van ongeveer 200 meter. De Rüttler is niet te
missen, aangezien met op 20 meter tegen de brug aanzwemt.
Indien er nog
voldoende lucht is kan men de Rüttler van bovenaf bewonderen. Met goed zicht
kan met zo’n 12 meter lager kijken en de grond zien. Dit is een goede actie
voor de volgende duik. Indien de lucht er toe reikt kan men dezelfde weg terug
op geringere diepte volgen en op het beginpunt uitkomen. Met minder lucht zal
men naar stek 3 moeten gaan om dan terug te lopen. Deze stek is niet te missen,
aangezien er vanaf de brug een kabel loopt naar de stek.

Stek 3 leidt
onmiddellijk naar de Rüttler. Dit is het bekendste duikobject in Duitsland. De
Rüttler bevindt zich op 32 meter diepte aan het eind van de straat. Het is een
ongeveer 12 meter hoog gebouw met een oppervlak van ongeveer 7 bij 9 meter. Op
20 meter diepte is de Rüttler door middel van een brug verbonden met de oever
en helemaal onderin loopt er nog een onderaardse gang tot de zogenoemde
“Meisterbude”, verblijfplaats van de opzichter. Daardoor komen de totale
afmetingen op een hoogte van 15 meter en een oppervlak van 23 bij 28 meter.
Echter is het verboden door de gang en in de kelders te duiken. De uitgangen
zijn met traliewerk afgesloten. Vanaf stek 3, die in een kleine zwakke bocht
ligt en door middel van een trap redelijk makkelijk te bereiken is, is het
makkelijk om op de Rüttler te duiken. Het is ook mogelijk om vanaf de stek
eerst naar het ponton te zwemmen welke boven de Rüttler bevestigd is. Dan kan
men vanaf het ponton direct afdalen naar de Rüttler, gegarandeerd er op uit te
komen. Het geeft een apart effect als het gevaarte langzaam opdoemt uit de
nevelen van het zicht.
Als men de Rüttler
vanaf de stek, hetzij op kompas, hetzij met de kabel benaderd, komt men eerst op
de brug van 7 meter breed en 14 meter lang, met nog een omgevallen lantaarnpaal.
De tweede lantaarnpaal ligt nog gewoon op de brug. Aan het eind van de brug
staat een spiegel welke het de vrachtwagens mogelijk moest maken zich exact te
positioneren op de brug. Indien men verder gaat, kan men door de stortkoker waar
de vrachtwagens hun krijtbrokken in stortten (zodat ze vergruisden en steen en
krijt gescheiden konden worden).

In de voorwand
zit een enorme opening waardoor het ook mogelijk is het binnenste te verkennen.
Onder/achter de wand van de stortkoker bevindt zich een luchtbel. Mocht men ook
de “Meisterbude” willen verkennen/bezoeken, dient men dat eerst te doen en
op de terugweg de rest verkennen. De “Meisterbude”is te vinden door aan de
voet met een rechte hoek naar links te gaan. (Kompaskoers westnoordwest,
richting stek 1). Na 12 meter vindt men een kleine betonnen rand. Hier half
onder ligt de “Meisterbude” en een uitgang van de keldergang. De bodem
bevindt zich hier op 35 à 36 meter diepte. De terugweg kan men weer dwars door
de Rüttler, of spiraalvormig om de Rüttler heen. Dan kan men recht omhoog naar
het ponton (denk aan decostop) of wat geleidelijker naar de oever bij stek 3,
daarbij de omgeving verkennend. Ook hier staan op ongeveer 10 meter diepte
bomen. Als men richting zuidzuidoost gaat, richting stek 4, komt men leidingen
en staalmatten tegen. De leidingen, 2 dikke buizen zijn aan de oever ook boven
water goed te herkennen, verdwijnen ergens in de diepte en het zand. De
staalmatten werden tijdens de dagbouw gebruikt om de wanden te stutten. Echter
in de loop der tijd zijn ze weer de diepte in gegaan.

Om bij stek 4 te
komen moet men doorgaan tot het hek, dan door het hek lopen naar het strand. Het
is een makkelijke stek om te duiken. De diepte is glooiend en er is veel flora
en fauna. De omgeving is werkelijke schitterend, zowel onder als boven water. De
stek is niet spectaculair en behalve het een en ander aan staalmatten en puin is
er weinig te vinden.

NA DIVERSE ONBESCHOFTE E-MAILS, VOL INSINUATIES, VALSE BESCHULDIGINGEN EN DREIGEMENTEN HEB IK DEZE PAGINA AANGEPAST. EN OMDAT IK DEZE PAGINA TOCH AAN GING PASSEN WIL IK GELIJK EVEN OP HET VOLGENDE WIJZEN:
Op ongeveer dezelfde afstand vanaf midden Nederland, is nog bijzonder mooie duikstek te vinden, namelijk Lac du Haute-Sûr in Luxemburg. Deze vallei is, met alles wat er in was, volledig blank gezet ten behoeve van de watervoorziening in Luxemburg. Meer informatie is te vinden op:
Tevens is daar informatie te vinden over onderkomen, vulstation en de duikstekken. Ik vond het duiken in deze prachtige omgeving een geweldige ervaring en een aanrader voor iedereen!
en a.u.b. teken mijn gastenboek !!!